Column: De kermis

We begonnen er aan te wennen. Alles werd anders, veel stond op losse schroeven. Maar toen ook de jaarlijkse kermis een halt werd toegeroepen schoof een donkere wolk voor de zomerzon. Lang geleden was de kermis een van de weinige uitgaansmogelijkheden, waar jong en oud elkaar ontmoetten en plezier maakten. Er werd lang naar uitgekeken en voor gespaard. Ik herinner me de spanning waarmee werd uitgekeken naar de komst van de woonwagens langs de rand van het dorp en het opzetten van de attracties. Die waren kort na de oorlog nog niet zo spectaculair als nu, maar gewend aan een leven zonder televisie, disco’s en popconcerten was het in alle kleinschaligheid een opwindende belevenis. De sfeer op de kermis is nooit veranderd. De poffertjestent, de oliebollenkraam, de suikerspin, het spookhuis, de botsauto’s, de draaimolen en zoveel meer. Het geluid, de geur. Vooral in de grote steden zijn de attracties van nu adembenemend, angstaanjagend en onweerstaanbaar voor durfals. En toen was daar het geweldige nieuws voor zowel kermis-exploitanten als publiek: de kermis mag weer open!